Waarom je blijft pleasen en perfectioneren 

Veel mensen die langdurig vastlopen in lichamelijke of mentale klachten herkennen niet alleen symptomen, maar ook bepaalde patronen in hun gedrag.

Misschien ben je gewend om anderen tevreden te houden. Je vindt het moeilijk om grenzen aan te geven, voelt je snel verantwoordelijk of hebt het idee dat je altijd door moet gaan. Misschien leg je de lat hoog voor jezelf en vind je het lastig om fouten te maken of het even rustig aan te doen.

Op het eerste gezicht lijken dit misschien karaktereigenschappen. Zo ben ik nu eenmaal.

Binnen de Stressortherapie kijken we hier op een andere manier naar. We onderzoeken niet alleen wat je doet, maar ook waarom je systeem dit gedrag ooit is gaan inzetten.

Patronen die ooit helpend waren

Pleasen, perfectionisme en jezelf aanpassen ontstaan meestal niet zomaar.

Het kunnen manieren zijn waarop je in het verleden hebt geleerd om met je omgeving om te gaan. Door lief, sterk, rustig, behulpzaam of meegaand te zijn, kon je bijvoorbeeld de kans op afwijzing, conflict of spanning verkleinen.

Misschien leerde je dat het veiliger was om rekening te houden met anderen dan om duidelijk te voelen wat jij zelf wilde. Of dat je waardering kreeg wanneer je het goed deed, sterk was of verantwoordelijkheid nam.

Op dat moment konden deze strategieën heel helpend zijn. Ze hielpen je om je staande te houden en verbinding met anderen te behouden. Maar een patroon dat ooit nuttig was, kan later ook belastend worden.

Wanneer aanpassen vanzelfsprekend wordt

Wanneer je jarenlang gewend bent om je af te stemmen op anderen, kan het steeds moeilijker worden om nog te voelen wat er bij jou gebeurt.

Wat heb ík eigenlijk nodig?

Waar ligt mijn grens?

Wat wil ik zelf?

Mag ik iemand teleurstellen?

Je aandacht gaat gemakkelijk naar de verwachtingen van anderen en naar wat er nodig is om het goed te doen.

Binnen de Stressortherapie is juist die voortdurende afstemming interessant en willen begrijpen wat er gebeurt in jou wanneer je niet meer kunt voldoen, aanpassen of controleren.

Dat kan gepaard gaan met spanning, onrust, vermoeidheid, overprikkeling of een gevoel van voortdurend ‘aan’ staan. Bij sommige mensen speelt dit een rol in het in stand houden of versterken van lichamelijke of emotionele klachten.

De verbinding tussen lichaam, brein en gedrag

Je lichaam en brein staan voortdurend met elkaar in verbinding.

Je gedachten, emoties, ervaringen en verwachtingen kunnen invloed hebben op hoe je lichaam reageert. Tegelijkertijd kan wat je lichamelijk ervaart weer invloed hebben op je gedachten en emoties.

Wanneer je bijvoorbeeld voortdurend bezig bent met wat anderen van je verwachten, kan dat ervoor zorgen dat je systeem weinig ruimte ervaart om te ontspannen. Veel van deze reacties zijn automatisch geworden.

Binnen mijn manier van werken onderzoeken we daarom niet alleen het zichtbare gedrag, maar ook de onderliggende overtuigingen en reacties van je systeem.

Wat maakt dat aanpassen zo vanzelfsprekend is geworden?

Wat gebeurt er wanneer je een grens wilt aangeven?

Wat voel je wanneer je iemand teleurstelt?

En misschien nog belangrijker: wat heeft jouw systeem nodig om zich veilig genoeg te voelen om iets anders te gaan doen?

Waarom je niet zomaar uit een patroon stapt

Vaak weten mensen heel goed wat ze anders zouden willen doen.

Ik moet gewoon vaker nee zeggen.

Ik moet minder perfectionistisch zijn.

Ik moet meer voor mezelf kiezen.

Toch blijkt dat in de praktijk vaak helemaal niet zo eenvoudig. Dat komt niet per se doordat je te weinig discipline of wilskracht hebt. Een patroon kan namelijk veel dieper ingesleten zijn dan alleen een bewuste keuze.

Als je hebt geleerd dat aanpassen, controleren of doorgaan je helpt om spanning of afwijzing te voorkomen, kan het juist ongemakkelijk voelen om daar vanaf te wijken.

Grenzen aangeven kan bijvoorbeeld schuldgevoel oproepen. Rust nemen kan onrust geven. Een fout maken kan spanning veroorzaken. En jezelf uitspreken kan kwetsbaar voelen.

Je weet met je hoofd dat het veilig is, maar je lichaam reageert nog alsof er iets op het spel staat.

Herstel begint met begrijpen

Binnen de Stressortherapie kijken we daarom niet alleen naar het veranderen van gedrag, wee onderzoeken wat er onder het patroon ligt.

Het zenuwstelsel en het gevoel van veiligheid

Een belangrijk onderdeel van mijn visie is het idee dat verandering gemakkelijker wordt wanneer je systeem zich voldoende veilig voelt. Wanneer je lichaam gewend is geraakt aan alertheid, controle of voortdurende afstemming, kun je niet altijd simpelweg besluiten om te ontspannen.

Daarom gaat herstel voor mij niet alleen over anders denken of ander gedrag aanleren. Het gaat ook over leren herkennen wat er in je lichaam gebeurt, ruimte maken voor gevoelens en behoeften en stap voor stap nieuwe ervaringen opdoen.

Bijvoorbeeld de ervaring dat je een grens kunt aangeven en de verbinding met de ander niet meteen hoeft te verliezen. Dat je niet perfect hoeft te presteren om waardevol te zijn. Dat je mag rusten zonder eerst alles af te hebben. Dat je jezelf kunt laten zien zonder voortdurend te hoeven controleren hoe dat bij een ander overkomt. Zo kan er geleidelijk meer ruimte ontstaan tussen een prikkel en je automatische reactie.

Van aanpassen naar meer jezelf kunnen zijn

Herstel betekent niet dat je nooit meer zult pleasen, perfectionistisch zult zijn of verantwoordelijkheid zult nemen. Het gaat er eerder om dat deze patronen je minder gaan sturen.

Dat je kunt opmerken:

Ik merk dat ik nu weer wil pleasen.

En vervolgens kunt onderzoeken:

Wat heb ik eigenlijk nodig?

Wat wil ik zelf?

Kan ik hier een andere keuze maken?

Daar ontstaat ruimte om niet alleen te reageren vanuit een oud patroon, maar steeds vaker te kiezen vanuit wat voor jou klopt.

Mind-body: kijken naar het geheel

Voor mij betekent een mind-body-benadering dat we lichaam en psyche niet los van elkaar bekijken, maar juist onderzoeken hoe verschillende factoren elkaar kunnen beïnvloeden: je ervaringen, overtuigingen, emoties, gedrag, lichaam en de manier waarop je zenuwstelsel reageert.

Dat betekent niet dat iedere klacht een psychologische oorzaak heeft. Lichamelijke klachten verdienen altijd serieuze aandacht en waar nodig medische beoordeling.

De mind-body-benadering en Stressortherapie biedt een aanvullend perspectief: wat vertelt jouw manier van reageren ons over wat je hebt geleerd, waar je spanning ervaart en waar misschien ruimte voor verandering zit? Vanuit die nieuwsgierigheid kun je jezelf beter leren begrijpen.

En soms begint herstel precies daar: niet met jezelf veranderen, maar met jezelf steeds beter leren verstaan.

Vorige
Vorige

Kunnen onderdrukte emoties lichamelijke klachten veroorzaken?

Volgende
Volgende

Waarom rust nemen soms niet helpt bij herstel