Kunnen onderdrukte emoties lichamelijke klachten veroorzaken?

Een knoop in je maag. Een versnelde hartslag voor een spannend gesprek. Blozen wanneer je je schaamt. Trillende handen wanneer je zenuwachtig bent. Zweten wanneer je gespannen bent.

We vinden het heel normaal dat emoties invloed hebben op ons lichaam. Iedereen herkent dat gevoelens zich lichamelijk kunnen uiten. Maar welke rol kunnen emoties spelen wanneer lichamelijke klachten langdurig worden? Wat gebeurt er wanneer een emotie niet alleen een tijdelijke lichamelijke reactie geeft, maar wanneer je brein gedurende lange tijd bezig is met het onderdrukken van bepaalde gevoelens?

Om dat te begrijpen, is het belangrijk om eerst te kijken naar iets wat voor ieder mens van fundamenteel belang is: verbinding en veiligheid.

Verbinding is van levensbelang

Als mens zijn we gericht op verbinding. Voor een kind is de verbinding met zijn ouders of verzorgers zelfs letterlijk van levensbelang. Je bent afhankelijk van hen voor veiligheid, verzorging en bescherming. Daarom is het voor een kind niet alleen prettig om erbij te horen, maar essentieel.

Een kind leert daardoor al vroeg wat nodig is om die verbinding te behouden. Wanneer je als kind bijvoorbeeld ervaart dat boosheid leidt tot afwijzing, kan je brein daar een belangrijke conclusie uit trekken: boos zijn is niet veilig.

Misschien werd je ouder boos wanneer jij boos werd. Misschien werd je naar je kamer gestuurd. Misschien werd er niet meer met je gepraat of voelde je dat de verbinding tijdelijk wegviel. Voor een volwassen persoon kan zo'n gebeurtenis misschien relatief klein lijken, maar voor een kind kan het enorm zijn.

Je hebt als kind immers nog niet de mogelijkheid om te denken: Mijn ouder is nu boos, maar onze relatie blijft bestaan en ik ben nog steeds veilig. Je bent afhankelijk van die verbinding. En dus gaat je brein op zoek naar manieren om ervoor te zorgen dat die verbinding behouden blijft.

Je brein leert welke emoties veilig zijn

Wanneer een bepaalde emotie herhaaldelijk samenvalt met afwijzing, spanning of verlies van verbinding, kan je brein leren dat die emotie beter niet gevoeld of geuit kan worden. Niet bewust. Je besluit als kind niet: Vanaf nu ga ik mijn boosheid onderdrukken. Je systeem leert het gaandeweg.

Binnen Stressortherapie wordt gesproken over de brugwachter. Je kunt deze brugwachter zien als het deel van het brein dat als het ware bepaalt of een emotie naar het bewuste deel van het brein mag komen of dat deze moet worden onderdrukt.

Wanneer je als kind hebt geleerd dat boosheid onveilig is, kan de brugwachter ervoor zorgen dat die emotie niet bewust wordt gevoeld. Het doel daarvan is vanuit het perspectief van het kind begrijpelijk: als boosheid kan leiden tot afwijzing of verlies van verbinding, dan is het veiliger om die boosheid niet te voelen of te uiten.

Wat gebeurt er met een onderdrukte emotie?

Binnen de visie van Stressortherapie wordt ervan uitgegaan dat een emotie die niet naar het bewuste deel van het brein, waaronder de prefrontale cortex, kan gaan, een andere route volgt en terechtkomt in het limbische systeem.

Het limbische systeem is betrokken bij veel verschillende processen. Het speelt onder andere een rol bij pijnverwerking, aandacht, energie en motivatie, maar ook bij verschillende autonome functies van het lichaam.

Dat is belangrijk, omdat het limbische systeem daarmee invloed heeft op veel verschillende aspecten van hoe we ons lichamelijk en mentaal voelen.

Wanneer een emotie steeds opnieuw wordt onderdrukt en de energie van die emotie langdurig in het limbische systeem blijft doorwerken, kan dit volgens de Limbische Verklaring leiden tot een verstoring van de werking van dit systeem, wat kan leiden tot limbische disfuncties. Een limbische disfunctie is binnen de Stressortherapie een ander woord voor klacht. Dat kunnen bijvoorbeeld hoofdpijn, pijn, overprikkeling of vermoeidheid zijn, maar ook andere lichamelijke of functionele klachten.

Waarom kunnen klachten blijven bestaan?

Dit verklaart binnen de Stressortherapie ook waarom klachten soms kunnen blijven bestaan nadat de oorspronkelijke aanleiding al voorbij is.

Misschien heb je ooit een infectie gehad. Misschien heb je een blessure of ongeluk meegemaakt. Het lichaam kan in eerste instantie heel begrijpelijk reageren op wat er is gebeurd.

Maar wanneer de klachten blijven bestaan terwijl de oorspronkelijke lichamelijke aanleiding inmiddels is hersteld, kan er volgens deze visie iets anders een rol zijn gaan spelen.

Door het langdurige onderdrukken van emoties kan het systeem als het ware op scherp staan. Dan kan een ‘laatste druppel’ zoals een ongeluk of blessure er voor zorgen dat klachten blijven aanhouden. Ook als er inmiddels geen lichamelijk letsel meer is.

De klacht is daarmee niet ingebeeld. De lichamelijke ervaring is echt. Binnen Stressortherapie wordt alleen op een andere manier gekeken naar de vraag waarom het systeem niet vanzelf weer terugkeert naar zijn normale functioneren.

De patronen die ontstaan om verbinding te behouden

De onderdrukking van emoties staat bovendien niet los van hoe je door het leven leert bewegen.

Als je als kind hebt ervaren dat bepaalde emoties de verbinding met anderen in gevaar brachten, ga je manieren ontwikkelen om te voorkomen dat dit opnieuw gebeurt.

Je gaat bijvoorbeeld pleasen, jezelf aanpassen, het altijd goed willen doen, conflicten vermijden of jezelf niet uitspreken. Je probeert daarmee niet bewust je emoties te onderdrukken. Je probeert vooral de verbinding en harmonie veilig te houden.

Maar in die patronen wordt vaak een deel van jezelf onderdrukt. Je boosheid, maar misschien ook je verdriet. Je behoeften. Je grenzen. Je verlangens. Je eigen waarheid.

Wat ooit een slimme manier was om jezelf veilig te houden, kan daardoor steeds meer ruimte in je leven gaan innemen. Je kunt er jarenlang prima mee functioneren, terwijl je systeem ondertussen voortdurend bezig is met het voorkomen van wat het ooit als onveilig heeft geleerd.

Het probleem is niet de emotie, maar de angst ervoor

Als we vanuit Stressortherapie met dit proces willen werken, is het daarom niet voldoende om alleen te zeggen dat je je emoties meer moet voelen.

De belangrijke vraag is: wat maakt dat jouw systeem deze emotie nog steeds als onveilig beschouwt?

Wanneer je bijvoorbeeld hebt geleerd dat boosheid leidt tot afwijzing, zal je systeem automatisch proberen die boosheid tegen te houden. Zolang de brugwachter nog gelooft dat boosheid gevaarlijk is, blijft de automatische onderdrukking bestaan.

Daarom richten we ons op het wegnemen van de angst voor de emotie zelf door je brein nieuwe informatie en nieuwe ervaringen te geven:

Deze emotie is niet gevaarlijk.

Ik mag dit voelen.

Ik hoef mezelf niet meer te beschermen tegen mijn eigen gevoel.

Ik ben veilig, ook wanneer ik boos ben.

Ik ben veilig, ook wanneer ik mezelf uitspreek.

Wanneer de brugwachter deze oude overtuiging steeds minder nodig heeft, hoeft hij de emotie niet langer automatisch te onderdrukken.

De emotie mag naar het bewustzijn

Het doel is uiteindelijk dat emoties weer gewoon naar het bewustzijn kunnen komen. Zodat je voelt wat je voelt, zonder dat je systeem daar automatisch een rem op hoeft te zetten. De emotie hoeft niet langer ergens op de achtergrond vastgehouden te worden om de verbinding met anderen veilig te stellen.

Van wat vroeger nodig was naar wat nu veilig is

Als kind was je afhankelijk van je ouders en verzorgers. Het was daarom werkelijk belangrijk om de verbinding met hen te behouden. Wanneer je brein leerde dat een bepaalde emotie die verbinding in gevaar kon brengen, was het logisch dat je systeem manieren ontwikkelde om die emotie te onderdrukken.

Maar als volwassene is je situatie anders.

Je bent niet meer op dezelfde manier afhankelijk van je ouders. Je hebt meer keuzevrijheid en kunt leren dat verbinding niet hoeft te betekenen dat je jezelf moet wegcijferen.

Je mag een grens hebben.

Je mag nee zeggen.

Je mag boos zijn.

Je mag verdrietig zijn.

Je mag iets anders willen dan een ander.

Je mag jezelf uitspreken.

En je mag ontdekken dat verbinding ook kan blijven bestaan wanneer je jezelf niet langer voortdurend aanpast.

Ruimte voor herstel

Binnen de visie van Stressortherapie gaat herstel daarom niet alleen over het verminderen van klachten. Het gaat over het veranderen van de onderliggende angst en patronen die ervoor zorgen dat bepaalde emoties steeds opnieuw worden onderdrukt.

Wanneer je brein leert dat een emotie veilig is om te voelen en je niet bepaalde patronen in hoeft te zetten om veilig te zijn, hoeft de brugwachter bepaalde emoties niet langer tegen te houden. De emotie kan naar het bewustzijn komen in plaats van voortdurend te worden onderdrukt.

Hierdoor kan ook de voortdurende belasting van het limbische systeem afnemen. Binnen de Limbische Verklaring kan daarmee de limbische disfunctie verminderen en kunnen ook lichamelijke klachten afnemen en verdwijnen.

Want wat je als kind nodig had om de verbinding met anderen veilig te houden, hoef je als volwassene misschien niet meer op dezelfde manier te doen.

Je mag voelen wat je voelt.

Je mag jezelf zijn.

En je hoeft jezelf niet langer kwijt te raken om je veilig en verbonden te voelen.

Vorige
Vorige

Angst en aanhoudende klachten: de invloed van angst op herstel

Volgende
Volgende

Waarom je blijft pleasen en perfectioneren